Grote Zwitserse Sennenhond

Grote Zwitserse Sennenhond

Informatie

Nederlandse Vereniging voor Appenzeller, Entlebucher en Grote Zwitserse Sennenhonden

Herkomst

De grootste van de vier Zwitserse Sennenhondenrassen (Alpenhonden). Voorouders zijn de vroeger in Midden-Europa wijd verspreide, als Metzger- of Fleischerhund (slagershonden) aangeduide, driekleurige honden. Lange tijd bleef de fokbasis zeer smal. Nu weer redelijk grote verspreiding.

Algemeen voorkomen

Robuuste driekleurige hond, stevig van bot en met een goede bespiering.

Schofthoogte

Reuen 65 - 72 cm, teven 60 - 67 cm

Gewicht

45 tot 65 kg

Vacht

Stokhaar met dichte onderwol. De grondkleur is zwart, met roestbruine en witte symmetrische aftekening. Het bruin ligt tussen het zwart en het wit in. Boven beide ogen een roestbruine stip.

Gebruik

Zuinige en betrouwbare trek- en draaghond. Nu voornamelijk gezinshond.

Gezondheid

Fokdieren worden onderzocht op het voorkomen van heupdysplasie en moeten een rasgedragstest hebben doorstaan.

Aard

Zeker, opmerkzaam, waakzaam en evenwichtig. Goedmoedig en aanhankelijk tegenover bekenden, zelfverzekerd en gereserveerd ten opzichte van vreemden. De hond heeft een gemiddeld temperament.

Bijzonderheden

De vacht vereist regelmatige kam- en borstelbeurten.
Een huis met een tuin is noodzakelijk. Het is zeker geen hond die de gehele dag in een kennel kan zijn. Een woning die uitsluitend via een trap te bereiken is, is ongeschikt.

Bron

Raad van Beheer

Joomla templates by a4joomla